Nieuws


Tattoos zorgen voor continu onderhuids gevecht

21-03-2018

Tatoeëren wordt al meer dan 5000 jaar gedaan, maar toch ontdekten wetenschappers dat tatoeages net anders werken dan we dachten.
De meeste mensen denken dat tatoeages zo fraai blijven doordat huidcellen zich vol zuigen met inkt. Of dat de inkt tussen bepaalde huidlagen wordt aangebracht. Dat is niet zo. Bij een 'tat' spelen zogenoemde macrofagen een belangrijke rol. Alleen blijkt nu dat die rol iets anders in elkaar zit dan werd gedacht en dat kan onder meer gevolgen hebben voor het verwijderen van tattoos.
Als je je bijvoorbeeld ergens aan stoot en er een wondje ontstaat, schieten de witte bloedcellen naar de plek des onheils om de boel te repareren. Dat doen ze dus ook als een naald vol inkt zich op een bepaalde plek honderden keren door de bovenste twee huidlagen ramt. De macrofagen zien de inkt uiteraard als indringers, nemen de kleurstof op en proberen die onschadelijk te maken door de boel in te kapselen.
Maar, hoe kunnen die met inkt gevulde macrofagen zo lang overleven? En dus tatoeëerden ze de staart van een muis, en uit dat onderzoek bleek dat de macrofagen wel degelijk afsterven. Alleen duiken er dan meteen andere macrofagen op die de lijken van hun gevallen kameraden proberen op te ruimen. En daarbij nemen ze ook weer de inkt op. Na het zetten van een tatoeage ontstaat er dus een continue onderhuidse strijd om de schade te herstellen. Dankzij die macrofagencyclus blijft het onderhuidse ‘plakplaatje’ jarenlang bestaan.
Overigens verwachten de onderzoekers ook dat hun werk van invloed kan zijn op het verwijderen van de inkt. Nu wordt dat gedaan met lasers die de met inkt gevulde macrofagen aan stukken schieten. De kleinere delen worden dan, net als andere ‘vervuilingen’, via het lymfestelsel afgevoerd en door het lichaam afgebroken. Vaak zijn er meerdere sessies nodig om voldoende macrofagen af te schieten en dan nog blijven sommige tatoeages vaag zichtbaar. Het nieuwe onderzoek maakt mogelijk de weg vrij voor het ontwikkelen van nieuwe antistoffen die de macrofagen op een efficiëntere manier op kunnen ruimen.

Bron: KijkMagazine