Het mysterieuze herstel

Column Geneeskunde
Emma van den Boom 03-09-2019

Bewusteloos werd ze door haar familie binnengebracht. 25 weken en 5 dagen zwanger, gecollabeerd terwijl niemand bij haar was, convulsief tijdens het lichamelijk onderzoek. In het dossier lees ik dat er eenmalig diazepam gegeven is waarna ze in bed is gelegd met 1 gram paracetamol oraal drie maal daags als enig ingezet beleid.. Dit is inmiddels ruim 12 uur geleden en na de overdracht gaan we met twee dokters op haar af. Ze reageert niet, ze ademt wel, haar baby leeft, we hebben geen idee van de oorzaak en beschikken over minimale opties qua diagnostiek om daarachter te komen. Met moeite overtuigen we de hoofdverpleegkundige en krijgen we toestemming om haar naar het academisch ziekenhuis in Lusaka te brengen. De ambulance is kapot dus richten we een busje in als vervangend vervoer. Twee verloskundigen, twee coassistenten, moeder van patiënte en ik gaan mee. Gevangen tussen drie verschillende talen probeer ik duidelijk te krijgen of we medicatie bij hebben en er wordt bevestigd dat we alles hebben. We schuiven onze patiënte op een matrasje het busje in, binden een zuurstoffles vast in de hoek met een verbandje en de chauffeur geeft plankgas over de onverharde weg. We leggen haar in linker zijligging voor haar baby, ik stabiliseer haar hoofd met mijn handen en we proberen te voorkomen dat ze onze geïmproviseerde ambulance doorvliegt. Een half uur onderweg voel ik haar hoofd naar achter trekken, haar ogen draaien weg, ze klemt haar kaken op elkaar en ik krijg geen contact met haar. We starten de timer. De beloofde magische doos met hulpmiddelen bevat een paar zakken vocht, een flesje dextrose en hydrocortison. 1 minuut. We hebben geen bloeddrukmeter, geen saturatie meter, geen anticonvulsiva. 2 minuten. Geen adrenaline, geen AED. 3 minuten. Ik voel haar lijf ontspannen, ik roep haar naam en ze richt haar ogen op me. Ze is er weer. We hebben nog ruim drie uur te gaan tot Lusaka. Na een korte stop bij een kliniek in de buurt krijgen we een bloeddruk en saturatiemeter te leen, prikken een glucose, nemen diazepam en adrenaline mee en rijden door. Ze krijgt nog twee keer een insult onderweg, haar saturatie zakt tot 50% maar klimt op en ze komt er binnen twee minuten uit. We bellen Lusaka om onze aankomst en situatie aan te kondigen. Naïef hoopte ik op opvang bij aankomst, een OK team dat klaarstaat voor een eventuele spoedsectie indien nodig. Maar niemand staat klaar en ze wordt met tegenzin in een bed gelegd. Geen indicatie voor een MRI oordeelt de arts die 20 minuten later langskomt, we nemen haar op en observeren haar zegt ze. Het is snel duidelijk dat we hier niets meer kunnen doen en dat tegenspraak in dit geval geen positieve veranderingen voor onze patiënte teweeg gaat brengen. Met onze kaken op elkaar geklemd druipen we af en met, wat later blijkt, gepast optimisme zegt de verloskundige: “Het gaat helemaal goed komen met haar!”. Drie dagen later bel ik met Lusaka, onze patiënte loopt, haar baby leeft en ze komt terug naar ons. Wat er met haar aan de hand was? Niemand die het ooit zal weten..


Column: Emma van den Boom
Emma is student geneeskunde in Amsterdam. Als coassistent en student-assistent schrijft zij voor Medigo over haar ervaringen, de uitdagingen en charmes van de medische wereld.